Agrobiodiversiteit

Agrobiodiversiteit

De relatie tussen landbouw en biodiversiteit is bijzonder complex. Zowel in positieve, neutrale als in negatieve zin beïnvloeden ze elkaar. Bepaalde aspecten van agrobiodiversiteit en de gerelateerde ecosysteemdiensten staan onder druk in de huidige Vlaamse landbouwsystemen. De bestaande agromilieumaatregelen kunnen worden geoptimaliseerd en potentieel nieuwe maatregelen ontwikkeld, zodat ze de agrobiodiversiteit versterken. Vanuit de evaluatie van de huidige agromilieumaatregelen is gebleken dat er twee grote knelpunten zijn: de participatiegraad en de gebiedsgerichtheid van de maatregelen. Door de inpasbaarheid te vergroten van agromilieumaatregelen in de bedrijfsvoering, is het mogelijk om beide knelpunten te overwinnen.

Het belang van het agrarisch gebied voor biodiversiteit

Het agrarisch gebied is van belang als leefgebied voor tal van wilde planten en dieren. Zo zijn er heel wat positieve relaties te vinden tussen landbouw en agrobiodiversiteit. Door de eeuwen heen heeft de landbouw bijgedragen tot de vorming en instandhouding van een grote verscheidenheid aan specifieke landschappen en biotopen (velden, weiden, hagen, ...), die vaak belangrijke habitats vormen voor wilde fauna en flora. De ontstaansgeschiedenis van de landbouw heeft daarbij een sterke invloed gehad op de verspreiding en adaptatie van soorten aan agrarische ecosystemen.

In LEADER Kempen Zuid wordt er rond drie grote doelstellingen gewerkt binnen dit thema.

 

  • Agrarisch natuurbeheer door en met landbouwers

 

  • Meer biodiversiteit in het landbouwlandschap

 

  • Werken aan draagvlakverbreding rond agrobiodiversiteit